In "Waarom het leven sneller gaat als je ouder wordt" van Douwe Draaisma, lees ik in een hoofdstuk dat o.a. gaat over het Proustfenomeen (blz.51):
.....Vanaf het moment dát er herinneringen zijn, dus direct na de periode van het vroegkinderlijk geheugenverlies, roepen geuren bij ouderen bijna twee keer zo veel herinneringen op als de namen van die geuren.
Er zit iets paradoxaals in deze uitkomst. Bij zeventigjarigen is de gevoeligheid voor geur letterlijk nog maar een fractie van die van vroeger, een paar procent hooguit. Na het twintigste jaar gaat het reukvermogen drastisch achteruit. De waarnemingsdrempel voor geuren komt steeds hoger te liggen. De gevoeligheid voor geur neemt naar schatting elke tien jaar met een factor twee af. Toch blijken bij ouderen juist geuren vroege herinneringen los te maken.
Ik heb nog even te gaan tot zeventig maar ben al heel lang geleden de twintig gepasseerd.
Het is prachtig weer, ik ga maar eens naar buiten om in de zon te mijmeren over deze kennis en de lering die ik er uit moet trekken i.v.m. liefde voor whisky en de flessen op "de plank" bijvoorbeeld

EDIT: Dit onderwerp was al verdwenen in "Gezellig aan de bar". Gezien het belang ervan vind ik het toch de aandacht waard vandaar dat ik het naar hier heb verplaatst. Als er iets organoleptisch is, is het dit wel !




