Ik ben gestart bij Maker’s Mark voor de Behind the Bourbon tour. Een uitgebreide rondleiding van 2u waarbij de meeste deurtjes open gingen en er mooie drams geproefd werden! Gelijk een goed welkom met hun standaard expressie. A bourbon breakfast zoals ze dat noemen bij de eerste tour van de dag.

Maker’s Mark is opgericht door Bill en Margie Samuels. Waar Bill de productie voor zijn rekening nam, was Margie de drijvende kracht achter de vormgeving eromheen. Zij bedacht de naam Maker’s Mark, geïnspireerd door ‘Mark of the maker’ die ze op elk van haar keukengerei zag staan. Een tingieter sloeg zijn Mark op de bodem. Mark of the maker —> maker’s mark, zo werd de naam geboren. Het fles ontwerp is ook door haar bedacht alsmede het idee om de flessen in de hete wax te dopen. Ze was hiermee de grondlegger voor deze wijze van sealen van flessen. Sterker nog, ze hebben het alleenrecht op hun manier van sealen. Andere bourbon producenten mogen wel wax gebruiken, maar zodra ze net als bij Maker’s Mark deze naar beneden laten druipen als tranen over de nek maken ze inbreuk op het designrecht van MM. Het terrein van MM is prachtig om te zien, wordt goed onderhouden en ze doen er alles aan om de historie intact te houden.
MM is een grote speler in de bourbon wereld. En dat bleek wel. Er worden bij Maker’s Mark 800-900 barrels per dag gevuld, waar dit begin jaren ‘80 nog maar 13 vaten per dag waren. Hiervoor worden per dag 7 a 8 vrachtwagens vol new make Virgin oak barrels gebracht.
Voor de productie gebruikt Maker’s Mark een roller Mill in plaats van een hamer Mill. Door de granen te rollen houden ze een veel grovere substantie over voor de Mash. Dit doen ze omdat ze daardoor meer smaak uit het graan halen dan wanneer het volledig verpulverd wordt. Bij het Mashen worden de granen vervolgens gescheiden van elkaar in de Mash cooker toegevoegd omdat elk graan een andere kooktijd heeft en hiermee het proces efficiënter verloopt dan alles tegelijk. Zij gebruiken als 1 van de weinigen geen rye maar wheat. Dit geeft ze een zachtere en zoetere smaak, waar rye vaak ook een erg sterk uitgesproken kruidigheid toevoegt. Hun spirit wordt gemaakt uit 70% corn, 16% soft winter wheat en 14% malted barley.

De fermentatie tanks zijn er in totaal 62. 8 hiervan zijn nog altijd de originele tanks uit de late 1880’s. Dat is wel vet om te zien. Hierbij repareren ze zo nodig met nieuwe staven ipv volledig vervangen. Erg mooi om te zien. De andere 54 zijn van stainless steel. Hierna kregen we de ‘46’ een bourbon gerijpt met 10 extra staven Virgin French oak in het vat. Omdat het Virgin oak is, mag dit gewoon en wordt het niet gezien als een toevoeging. Een heerlijke dram met diepte en complexiteit. Op CS zou het een knaller zijn. Toen ik dat zei vertelde hij dat deze in de shop dus ook als CS te krijgen is. Even later kregen we de ‘normale’ op CS, een heerlijke power dram! De combi van CS en French oak kan niet anders geweldig zijn.

Distillatie gebeurd in een column still. Hiervan zie je in het huis alleen de onderste lagen, de rest daarboven. Opvallend hier waren 1 dingen: het deksel van de spirit safe staat iets open, dit doen ze omdat ze daarmee meer zuurstof bij de white dog laten, wat volgens hen een positieve invloed heeft op de smaak. De spirit receivers zijn volledig van koper, zodat de purification ook na het distilleren nog even doorgaat. Uiteraard kon de white dog weer geproefd worden. Ik moet eerlijk zeggen dat white dog veel lekkerder is dan de new make spirit bij Schotse single malt. Ook deze white dog was weer boterzacht en veel smaakvoller. Je kunt duidelijk merken dat moonshine hier de basis heeft gelegd voor bourbon. Overigens is de moonshine die je in NL kunt kopen geen schim van wat je hier lokaal kunt krijgen qua smaak.


De barrel captain, zoals ze dat hier noemen gaf nog een uitleg over het maken, het gebruik en de opslag van vaten. Barrels worden gemaakt van alle ‘restjes’ van een white oak. Eerst gaat al het beste hout van een boom naar o.a. de bouw, daarna pas worden er nog gemiddeld 2 vaten gemaakt uit het restant van de boom. Het verhaal wordt vaak andersom verteld waarbij distilleries hun eigen bomen laten groeien en blablabla maar dit klopt dus niet, althans niet voor vaten die in de States gemaakt worden dus. Als bung gebruiken ze geen waaibomenhout zoals de Schotten maar walnotenhout. Om de simpele reden dat dit harder is en ze de bung vaker eruit kunnen halen zonder deze te moeten vervangen.


Vaten worden hier nog met de hand geroteerd in de warehouses. De eerste 3 maanden liggen ze bovenin de warehouses, daarna gaan ze naar onder voor de rest van hun rijping. Ivm de temperatuurverschillen hebben ze ‘recepten’ voor hoeveel vaten van elke laag er nodig zijn voor een batch. Om de smaak zo constant mogelijk te houden wordt elke small batch gemaakt uit 378 vaten uit 8 verschillende warehouses. Hun vatenbeleid is intensief, dat geven ze zelf ook toe maar ze geloven heilig in deze werkwijze. Er is een apart warehouse gemaakt in een rots, dit is hun cellar warehouse waar het veel koeler is dan in de normale. Hier vinden de langdurige rijpingen plaats voor hun specials, private collection e.d. Schitterend warehouse om te zien.
In dit warehouse kregen we een 7yo single cask te proeven. Een geniale dram! Veel caramel, kruiden en super smooth!


We kwamen nog in een ruimte die je normaal niet meer ziet vandaag de dag: de labelpers ruimte. De originele pers die Margie voor de labels gebruikte staat hier nog steeds te pronken. Voor het snijden van de labels zijn ze echter niet heel veel moderner gaan werken. Er staan 2 labelcutters uit 1930 die tezamen nog altijd 100.000 labels per dag uitdrukken. Ooit afgevraagd waarom de labels een gekartelde rand hebben: vroeger scheurde Margie de labels met de hand af waardoor er altijd een kartelrand aan zat. Bij de ‘nieuwe’ methode hebben ze er dus voor gekozen om dit in het design te laten terugkomen.



Ook de bottellijn is open to public. Een klein Springbank gevoel bekroop me bij het binnen gaan echter is dit meer geautomatiseerd. Er gaan per dag liefst 65.000-85.000 flessen door de bottelarij heen. Bij de waxpotten staan 4 man de flessen in de wax te dippen. En inderdaad, af en toe zie je ze de fles er heel ver in dippen waardoor een special ontstaat die veel geld waard schijnen te zijn als je er 1 kunt bemachtigen.


Tijdens de tour deden ze een progressive tasting. Dus op diverse punten mooie drams. Ook 2 private collections kwamen langs. 1 gerijpt met 10 extra Virgin American white oak staven voor 12 jaar en 1 met 10 extra French oak staven voor 9 jaar. Prachtige drams!
Alles bij elkaar was dit echt een top tour! Mooi dat er zoveel transparantie is bij zo’n grote speler. Er hangt een hele gemoedelijke sfeer en het terrein ademt historie. Mocht je eens in de buurt zijn, dan is de behind the bourbon tour zeer de moeite waard!
Later vandaag Willet en Preservation Distillery, nu eerst rijden naar Nashville en uiteindelijk Atlanta!



