Vorige week streek ik samen met mijn vriendin neer aan de Noordzeekust van Denemarken voor een welverdiende week vakantie. We zaten daar in een huisje aan het Ringkøbing Fjord (eigenlijk een soort IJsselmeer), op de landtong die dat fjord scheidt van de Noordzee.
Nou ligt aan datzelfde Fjord aan de overkant in het plaatsje Stauning een whiskydistilleerderij, met dezelfde naam. 2 jaar geleden (de t*r*ng wat gaat dat snel zeg) met mijn schoonvader al eens een virtuele proeverij gedaan van deze distilleerderij maar nu hadden we de kans er fysiek geen te gaan en dat wilde ik uiteraard niet aan me voorbij laten gaan.
Tickets voor de Engelstalige rondleiding had ik al weken van tevoren geboekt, want in de hele week was er maar één beschikbaar, de rest was Duits of Deens. Overigens snapte ik wel waarom, er waren maar 7 mensen in onze groep. Wij, en 5 Belgen

De TLDR; was het zeker waard! Mooie geschiedenis ook wel, en ze maken spul dat zeker "binnen te houden" is!
Dan de volledige versie (in 3 delen, kreeg anders niet alle plaatjes geüpload, excuses

):
De distilleerderij is grotendeels gehuisvest in een boerderij, en bestaat uit een "oud" gedeelte wat nu het bezoekerscentrum is en een nieuw gedeelte waar de rondleiding grotendeels doorheen ging. En ze zijn nog steeds aan het groeien. We begonnen met een geschiedenislesje over hoe de distilleerderij ontstaan is. Het verhaal van Stauning gaat terug tot het begin van deze eeuw. Een groep van 9 vrienden (waarvan 3 broers en hun vader), allen enorm fan van Schotse whisky, vroegen zich af waarom er eigenlijk geen Deense whisky bestond. Tenslotte leken alle omstandigheden om ook whisky in Denemarken te maken er wel te zijn. Ze doken erin en het bleek dat er op enig moment wel Deense whisky bestond, in de periode na WW2, toen de staat het monopolie had op alcohol stoken. Dat werd (uiteraard) een grote flop, waardoor die kennis eigenlijk niet meer bestond in het land. Zelf een distilleerderij beginnen leek vooral een praktisch probleem (als in, vanuit overheidswege werd ze niet veel aan beperkingen opgelegd, daarover later meer).
In de vriendengroep zat naast wat spaarcenten ook veel kennis, aangezien een aantal van hen ingenieur was en dus vrij handig. Dat zou later goed van pas komen met het verzinnen van oplossingen. Een van de grootse obstakels was een ketel. Dat soort producten (of kennis om ze te maken) was nergens in Denemarken aanwezig. En dus belden de Denen, zoals onze tourgids zei, "met Schotland".
Of ze een ketel voor de Denen hadden. Dat was geen probleem. Wilden ze er een van 15 of 20.000 liter?
Ehm.. de Denen dachten zelf aan een paar honderd liter. En toen werd het even stil aan de andere kant (of ze uitgelachen werden liet men maar in het midden). Blijkbaar mogen Schotse pot stills onder de wet daar niet kleiner zijn dan 11.000 liter (kan dit nergens terugvinden, dit is hoe het ons verteld is). Kortom dat ging hem niet worden.
Uiteindelijk vonden ze ketels in Portugal. Deze zijn op het moment nog te zien in het bezoekerscentrum. Hier liep in 2006 de eerste spirit uit, waarvan ze nog wat flesjes bewaard hadden (mochten we helaas niet drinken..) De vader van de 3 broers was vroeger slager geweest en de oude slagerij was de ruimte waar de eerste spirit gedestilleerd werd. Zoals de tourgids omschreef met een nogal slecht genomen en daardoor ietwat lugubere foto: "kijk hoe handig, er zitten overal witte tegels op de muur dus de ruimte was heel makkelijk schoon te houden."
Recycling was een terugkerend thema in deze beginperiode.
Er moesten vaak graanproducten vermalen worden: oude meat-grinder uit de slagerij!
Gerst en rogge moest ook gerookt worden..: oude sausage-smoker!
Blijkbaar is de overgang van slager naar whiskymaker makkelijker dan je denkt, je hebt blijkbaar de helft van de nodige spullen al in huis

Het doel op dat moment was 200 tot 400 liter per jaar.
Ze kregen echter Jim Murray op bezoek (is me niet helemaal duidelijk waarom trouwens, maar goed) en blijkbaar waren zijn letterlijke woorden "dit is goed, het doet me denken aan Ardbeg uit de jaren 70". Hij dacht dat Stauning wel eens echt iets groots kon worden.
Dus toen hij hoorde wat de ambitie was zei hij "doe dat maar x 60".
Zo werden de plannen gesmeed voor een volledige distilleerderij, waarvoor de een oude boerderij werd opgekocht.
Al vrij snel nadat de eerste flessen echt op de markt kwamen (2011) was de interesse gewekt, ook van grotere spelers. Diageo kwam vrij snel op de lijn en deed verwoedde pogingen de hele distilleerderij op te kopen voor de eigen portfolio. Uiteindelijk kwamen ze niet verder dan 49% van de aandelen, waardoor de eigenaren zelf controle houden over wat ze maken, hoe ze dat maken, etc. Wel konden ze door deze nieuwe financiële middelen de capaciteit flink uitbreiden (het nieuwe gedeelte, dat in 2018 zijn deuren opende). Inmiddels hebben ze een capaciteit van 80.000 liter per jaar.