Verslagje met foto's van de middagsessie op zaterdag 8 februari:
Na ruwweg een kwartier in de motregen van de traditionele doedelzakmuziek te hebben "genoten", mochten we ons eindelijk een weg naar binnen toe gaan dringen. Om daar vervolgens vrolijk in de traditionele rij voor de garderobe te gaan staan (welke gelukkig iets sneller ging dit jaar, door inzet van extra personeel). Hierna volgde de eveneens traditionele rij voor het ophalen van de Glencairn glazen, en tenslotte de nog traditionelere rij voor de aanschaf van de zogenaamde Alba's, het officiële papieren betaalmiddel tijdens het festival.
Long story short: tegen de tijd dat we aan ons eerste rondje langs de stands konden beginnen, was het half twee.
De locatie blijft prachtig:


We begonnen ons jaarlijkse drinkgelag bij het piepkleine standje van Jack Daniels, waar een vriendelijke brandambassadrice mij een Single-Barrel versie inschonk (best nog te hachelen) en mijn partner-in-crime voor Gentleman Jack koos (categorie "niet te zuipen").
Tja, je moet ergens beginnen hé...
Next stop:

Wij doen meestal niet zo aan het maken van plannen of doelstellingen vooraf, maar dit keer hadden we ons wel voorgenomen om even goed te gaan kijken bij de stand van whisky4all, omdat die zich specialiseert in bijzondere oude bourbons en wij daar beide nog niet veel ervaring mee hadden. Jim Beam bourbon was voor mijn goede vriend en mede-festivalganger tevens de eerste voorzichtige stap in de whiskywereld geweest, dus we waren benieuwd of we misschien een Jim Beam konden vinden aldaar.
En wis en warempel...

Een fles
Beam's Choice 8 jaar oude whisky, uit één-of-andere "Collector's Edition" serie met jachthonden op de flessen. Gebotteld in 1977(!)
Nooit top-of-the-line whisky geweest natuurlijk, maar had nog aardig wat smaak na al die jaren in de fles, en zeker niet slecht.
Oh, en we hadden ook nog even die Old Grand Dad (114 jaar oud?! Neuh...) geprobeerd, maarreh... De helft daarvan ging uiteindelijk in de spoelemmer. Smaakte meer naar 114 minuten.
Onderweg naar deze stand was mijn oog al gevallen op een bepaalde fles op het tafeltje van Murray & McDavid, welke dus het volgende slachtoffer werd van onze dorstige kelen:

Prachtige oude
Linlithgow, met vanille, wax en limoen in de geur en een verrassend kruidige, bittere doch fruitige smaak. Maar dus ook met een nogal aparte finishing (cognac), wat volgens de man die ons inschonk iets is waar Murray & McDavid zich in specialiseert, omdat zij de één van de weinigen zijn die zoiets aandurven met zeldzame whiskies zoals deze.
Goed verhaal. Korreltje zout erbij? Ja, denk het wel.
Het begon ondertussen al aardig druk te worden in de verschillende paden tussen de stands (en het hielp daarbij zeker niet dat er vaak grotere groepjes mensen breeduit stonden te nippen en babbelen, schijnbaar niet merkend dat ze hierbij enorme bottlenecks veroorzaakten). Maar goed, met een beetje creatief ellebogenwerk wisten we toch vooraan bij de stand van Van Wees te komen, waar in de Ultimate series altijd wel wat interessante nieuwe flessen gratis (of voor weinig) te proberen zijn.
They did not disappoint!
Deze
Glencadam 2011 stak daarbij met kop en schouders boven de
Aberfeldy 2013 en
Caol Ila 2011 die we ook in ons glas kregen uit. Duidelijk jonge whisky in de neus, maar toch een miraculeus fris fruitbommetje.
Bij binnenkomst hadden we in het voorbijgaan op de stand van de Erfmann Collection al een aantal oud-uitziende en bijzondere flessen gespot, terwijl we deze stand in voorgaande jaren volgens mij zonder tweede gedachte voorbij waren gelopen. Volgens de vriendelijke en enthousiaste jongeman hadden ze speciaal voor het jubileum van het Hielander whiskyfestival een aantal golden oldies uit de kast gehaald en/of opengetrokken, en ik moet zeggen: hun keuzes stelden niet teleur.
Na veel wikken en wegen gingen wij voor:
Longmorn 1968 van Gordon & Macphail Reserve voor van Wees. Eén van de whiskies die (naast de 1969 vintage uit dezelfde serie) al tijden ergens bovenaan mijn bucket lijst prijkt. Prachtig, indrukwekkend spul...
En daarna:

Eeeen een 25-jarige Macallan uit (waarschijnlijk) 1975. Deze werd behoorlijk gehyped door de standhouders, maar ik moet zeggen... Uitstekende sherry-whisky hoor, zeker 89-90 punten waard, maar desalniettemin
aanzienlijk overpriced. Zoals het een ouwe Macallan betaamd, zullen we maar zeggen...
Na al dat lekkers dachten we, laten we even wat gaan eten. We hadden in vorige jaren steeds van de uitstekende haggis genoten, maar dit keer gingen we eerst even voor een kaas en paté plankje:

Uiteraard samen met de whisky die de medewerkers van de Hielander ons als perfecte
wijnwhisky/spijs combi aanraadden:

Een
single-cask Glendronach uit 2003, met complimenten van de stand van bestofwhiskies. Prachtige, rijke, chocolade-achtige sherry. En inderdaad prima bij de pittige en romige kaasjes en wild-smaken van de zachte, smaakvolle paté.
Met onze smaakpapillen ge-reset door de crackertjes, gingen we meteen voor wat steviger spul:

Een
8 jaar oude cash-strength Kilkerran dus, uit een Oloroso sherryvat. Echt een monster deze whisky, dikke sherry met barbequesaus en gerookte ham en tabak. Aanradertje, mits je tegen een beetje 'vuile' sulfur-achtige elementen in de neus kunt. (Deze stonden mij in ieder geval niet tegen.)
Tja, hoe konden we daar nu overheen? Maar even bij de stand van Dutch Whisky Connection gaan kijken, daar hebben ze meestal wel iets wat je alle andere whiskies weer laat vergeten. Vorig jaar lukte hen dit met een fenomenale
Longmorn 1969, maar deze keer viel mijn oog op een andere naam die ik zelden tot nooit kan laten staan:
Brora 30-year-old, de zesde special release uit 2007. Man, wat kan ik nog toevoegen aan alles wat er al over deze whisky gezegd en geschreven is... Wij werden er in ieder geval even stil van. Voor mij waren het vooral de klassieke Brora 'farmy' notes, bovenop alle andere smaaksensaties, die deze dram boven zoveel anderen uit tilde.
(Nogal trieste observatie bij deze favoriete stand van ons was trouwens dat er steeds meer
lege historische flessen tussen de collectie staan. Mooi om toch nog naar die stukjes whiskygeschiedenis uit de 'good old days' te kunnen kijken, tuurlijk... Maar triest om te bedenken dat al dat jaren 60-70 spul over een tijdje dan toch echt voorgoed voor ons gewone stervelingen onbereikbaar zal gaan worden.)
Times flies when you're having fun!
Onze horloges gaven toen plotsklaps aan dat we op moesten schieten als we nog vóór de noodlottige doedelzak rond 16.45 uur nog een laatste glaasje whisky wilden hebben. Dus we schudden ons uit onze Brora-roes en gingen snel nog even langs de immer sfeervolle en bijzondere stek van de Whisky Train, waar ze weer netjes een lijstje met prachtige genummerde bottelingen hadden uitgeprint.
We gingen uiteindelijk voor
Ardbeg Drum, in combinatie met wat lekkere pittige gehaktballetjes van de befaamde Meisjes met de Ballen (waarmee we meteen onze laatst overgebleven Alba's konden elimineren).
En deze was... Wel aardig? Niet echt wat je zou verwachten van een Ardbeg. Rum-finish enzo... Niet echt mijn kopje thee. Geef mij maar een Corryvreckan, Uigeadail, of de gewone Ardbeg Ten!
Maar goed, we maakten er het beste van, en keken nog even rond bij wat van de standjes met allerhande snuisterijen, zoals bijvoorbeeld deze decoratieve deksels van whiskyvaten:

En toen begaven we ons nog vóór de onvermijdelijke rush van 17.00 uur naar de garderobe terug, en was er weer een editie van het Hielander Whiskyfestival voorbij.

En eenmaal thuisgekomen, na een hartige maaltijd? Driemaal raaien...

... nog maar
eentje dan? Je weet wel, om het af te leren?
Nou vooruit.
