1823 is een jaartal dat de Schotten niet licht vergeten.
In dat jaar werd de "Act of Parliament" bekrachtigd, waarmee een stoker
gedwongen werd een licentie te nemen.
De illegale stokers waren hier absoluut niet blij mee en in de meer afgelegen
gebieden zoals de Speysde tierde het ambt welig.
In 1824 nam George Smith van The Glenlivet als eerste een licentie af.
Zijn buren voelden dat als een dolkstoot in de rug en dreigden hem en zijn familie af te slachten.
Sindsdien droeg Smith twee geladen pistolen bij zich.
Deze zijn tegenwoordig te zien in een vitrine in het bezoekerscentrum van de distilleerderij.
Bij wet is geregeld dat een whiskyvat niet meer dan 700 liter mag bevatten.
(Nightcaps 95, 96, 73)
Haat en nijd onderling was de (Schotse) stokers in vroeger tijden niet vreemd.
Ze zaten elkaar op allerlei manieren dwars.
In Dufftown werd 's nachts regelmatig de loop van een riviertje verlegd om de
stokerij van de buren "droog" te leggen.
Daar kwam een eind aan toen de rechter bepaalde dat het riviertje uitsluitend
door één distilleerderij mocht worden gebruikt.
Op een gegeven moment had Dufftown maar liefst zeven werkende distilleerderijen,
wat een plaatselijk dichter inspireerde tot de volgende strofe:
"Rome was built on seven hills, Dufftown is built on seven stills".
(Nightcaps 97, 98)
Distilleerderijen staan soms op de gekste plaatsen.
Glen Moray werd in 1897 gebouwd
op een plek waar vroeger de veroordeelden van Elgin werden opgehangen en begraven.
Bij recente opgravingen werden inderdaad menselijke resten en graven gevonden.
(Nightcaps 99)
In 1957 richtte de Amerikaans Oscar Getz een whiskey museum op in Bardstown, Kentucky.
Aanvankelijk heette het The Barton Museum of Whiskey History.
Na de verhuizing naar het centrum van Bardstown werd de naam veranderd in The Oscar Getz museum.
(Nightcaps 104)
Veel namen van Schotse single malts zijn Keltisch van oorsprong.
Auchentoshan bijvoorbeeld, betekent "hoek van het veld" en Glenfarclas
"vallei van het groene gras".
Het Keltisch wordt voornamelijk nog op de eilanden en langs de westkust van Schotland gesproken.
De Aberdonians aan de oostkust halen er hun neus voor op.
De Ieren en Welshmen spreken een andere variant van het Keltisch.
De Schotten heffen graag een glas whisky en vinden daar altijd een goede reden voor.
Bij voorkeur zeggen ze dan "Slainte" (slawncha) wat Keltisch is voor "proost".
(Nightcaps 101, 100)
Schotland is in een aantal whisky-regio's ingedeeld.
Oorspronkelijk had elke regio zijn eigen smaakkarakteristiek.
De oorspronkelijke regio-indeling luidt als volgt: North Highlands, West Highlands,
Islay, Lowlands, Central Highlands, East Highlands, Speyside.
De regio Islands wordt ook wel gebruikt maar is nogal verwarrend, want daaronder
vallen zowel Arran (zuiden), Skye (westen), als de Orkneys (noordoosten) en Jura
(dat op een steenworp afstand van Islay ligt).
De regio Cambeltown (zuidwesten) staat op zichzelf met drie distilleerderijen:
Springbank (die drie verschillende whiskies produceert), Glengyle en Glen Scotia.
(Nightcaps 94)